| News | Mediaroom | Library | Backstage | Archives |
Golden Earring: vijftig jaar tits 'n ass

Barry Hay van Golden Earring over het nieuwe album en heimwee naar de jaren zeventig.

Barry Hay (63) zit in zijn zwembroek aan de bar van het Hilton op Curaçao. “Ik ga je even gek maken”, zegt hij door de telefoon. “Ik heb straks een korte training in een gym waarbij ik uitkijk over palmen en strand. Na afloop ga ik even sissend in de zee liggen. Daarna pak ik bij de open bar een Bloody Mary. Hoe is het bij jullie? Nog steeds herfstig? Hahaha.” Het maakt uitleg over het vertrek van de Golden Earring-zanger naar het Caraïbische eiland in één klap overbodig. En dat je tegenwoordig gewoon een album kunt maken terwijl de zanger en liedjesschrijver - samen met gitarist/zanger George Kooymans - op bijna negen uur vliegen van de rest van de band woont, bewijst de legendarische Haagse rockband met Tits ’n Ass, hun eerste album in negen jaar tijd.

Goede titel zeg. Uw idee?
George en ik kwamen ermee, als een soort knabbel en babbel. Ik zei ‘tits’ en toen zei George ’n ass’. Daar hadden we nog wat gekibbel over met de rest. Ze vonden het te bruut. Maar wat ons betreft is het een perfecte rock-’n-rolltitel. Toen wij succes hadden in Amerika was tits ‘n ass een modieuze term voor iets wat kwaliteit had.

Waarom duurde het liefst negen jaar voor de nieuwe plaat er was?
Je moet je ertoe gedreven voelen. Zo van: nou moeten we godverdomme weer eens wat gaan maken. Ik had George door de jaren heen allemaal kladjes gestuurd. Je weet wel: coupletje, refreintje. Op een gegeven moment werd hij wakker en kwam hij met geweldige riffs, dus toen moest ik weer verder gaan schrijven. Dat gaat tegenwoordig makkelijk. Je stuurt gewoon mp3’tjes naar elkaar.

Jullie hebben Tits ’n Ass in Londen opgenomen met Chris Kimsey, een beroemde producer die veel met de Rolling Stones heeft gewerkt. Hoe was dat?
We werden enorm door zijn aanwezigheid geïnspireerd. Wij wilden laten zien dat we niet een of ander bandje van het platteland zijn en stegen boven onszelf uit. Kimsey heeft hem weliswaar helemaal opgenomen, maar een paar van zijn mixen beviel ons niet zo goed. Het klonk niet echt als de Earring. Toen hebben we aan John Sonneveld gevraagd of hij wat mixen wilde proberen. Toen klonk het wel goed.

Is de sfeer tussen jullie nog goed na meer dan vijftig jaar?
We hebben er de laatste jaren wel wat gastmuzikanten bij, zoals Bertus Borgers (saxofoon) en Jan Rooymans (toetsen), en die zorgen ervoor dat we niet continu op z’n vieren zijn aangewezen. Dat maakt het gezelliger. Komt bij dat ik hier om de drie weken op Curaçao zit, dus we krijgen de kans niet om een pesthekel aan elkaar te krijgen.

Laatst was Almost Famous op tv, die film waarin een jonge journalist rockband Stillwater volgt tijdens hun tour door de VS begin jaren zeventig. Die tour is één groot feest, compleet met veel drugs, drank en vrouwen. Ging dat bij jullie ook zo?
Wanneer ik films als Almost Famous en The Runaways zie, over de Amerikaanse rockscene in de jaren zeventig, krijg ik heimwee. Toen wij daar tourden na ‘Radar Love’ waren we jong en wisten we niks. We dronken thuis nog appelsap. Het was voor ons een soort school. We hebben er heel veel mensen ontmoet die later groot zijn geworden. We tourden met Santana, The Doobie Brothers, Led Zeppelin, Frank Zappa, Joe Cocker en ga maar door. Kiss heeft in ons voorprogramma gestaan en Aerosmith ook, haha. Wie weet wat er gebeurd was wanneer we in Amerika waren gebleven.

Hoe staat het tegenwoordig met het sex, drugs en rock-’n-rollgehalte bij Barry Hay?
Ik drink nog steeds alcohol en ik neem af en toe een snuifje. Maar ik blow bijna niet meer. Het is allemaal veel rustiger geworden. Anders had ik hier ook niet gezeten weet je. Ik ben vaak genoeg op m’n vingers getikt. En nog. Als ik twee keer per jaar op m’n knieën naar buiten loop is het veel.

Bron: Metro 11 mei 2012

13 May 2012 by Webmaster